
De Regionale Energie Strategie (RES) en hoe wordt omgegaan met zienswijzen:
In Nederland is de regie voor de uitvoering van de klimaatagenda gelegd bij het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (RES). Nederland is opgedeeld in 30 regio’s. Elke regio binnen de RES wordt bestuurd door leden van de Provinciale Staten, waterschappen, gemeentebesturen en gedelegeerden van energiebedrijven. Wethouders van gemeenten hebben soms ook prominente posities binnen bestuursorganen van de RES.
In de praktijk staat de RES voor de keuze tussen wind of zon. De RES heeft gekozen voor de realisatie van 60% windenergie en 40% zonne-energie in 2030. In totaal moet in 2030 hiermee 35 TWh aan hernieuwbare stroom worden opgewekt.
Landelijk is er momenteel naar verhouding 80% zon en 20% aan wind gerealiseerd. Daarmee neemt de druk op de RES toe om versneld meer windturbines te gaan realiseren. Aangezien het realiseren van een windpark zeven tot tien jaar duurt is men naarstig op zoek naar regio’s waar grote windturbineparken kunnen worden gebouwd.
Wanneer deze locaties eenmaal door provincies en gemeenten zijn vastgesteld, dient er een zogenaamde m.e.r.-procedure (milieueffectrapportage) in gang te worden gezet. De eerste stap daarbij is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD beschrijft welke thema’s en milieueffecten in de m.e.r.-procedure onderzocht moeten worden. Daarnaast geeft de NRD informatie over de wijze van onderzoek van de milieueffecten en de diepgang ervan. De tweede stap is vervolgens het opstellen van een planMER, het milieueffectrapport. Een planMER onderzoekt milieueffecten voor de regio op hoofdlijnen.
Het onderzoek volgens de planMER moet inzichtelijk maken welke positieve en/of nadelige milieueffecten er plaats zullen vinden in het geval dat de beoogde doelstellingen uit de RES 1.0 worden gerealiseerd. Dit geeft vanuit milieuperspectief inzicht in de gebieden die geschikt zijn, geschikt te maken zijn of ongeschikt zijn voor het plaatsen van windturbines.
Het resultaat van het onderzoek wordt verwerkt in een rapport, het milieueffectrapport. Dat is een verplichting vanuit de Wet Milieubeheer. Dit rapport wordt doorgaans door een adviesbureau opgesteld en is géén politiek besluit. Het is aan de bestuurders om af te wegen wat zij tijdens het besluitvormingsproces met de uitkomsten van het onderzoek willen doen.
Wat veel mensen niet weten is dat inwoners van de regio hun zienswijze kunnen indienen op zowel de NRD en het planMER. Met de kennis die ik heb vergaard aangaande de impact van de realisatie van windturbines op de mens, de natuur en het milieu, heb ik een kritische zienswijze ingediend op de NRD van de RES West-Overijssel, die op 8 februari 2023 is gepubliceerd. De RES is verplicht hier op te reageren en de reactie van de RES heb ik, samen met 35 andere mensen en/of organisaties die ook hun zienswijze hadden ingediend, op 20 juli 2023 ontvangen.
Na het doornemen van deze reactienota wordt duidelijk dat de RES geen rekening houdt met de zienswijzen van de bezorgde inwoners van de regio. Zonder enige vorm van inhoudelijke argumenten, worden de door de bewoners ingebrachte, serieuze onderwerpen omtrent gezondheid, natuur en milieu, terzijde gelegd. Het is ongelooflijk om te lezen op welke wijze de RES zich daarbij distantieert van de milieu- en gezondheidsaspecten die er echt toe doen en waar mensen zicht oprecht zorgen over maken. Een voorbeeld uit mijn zienswijze en de reactie daarop vanuit de reactienota:
Samenvatting zienswijze:
Indiener doet volgende suggesties voor beoordelingscriteria in PlanMER: In de beoordelingscriteria voor natuur missen indicatoren voor milieueffecten van bisfenol-A en SF6 en tevens de criteria voor de impact op insecten en vleermuizen. Daarnaast dienen de volgende onderwerpen met een kwantitatief onderzoek te worden beoordeeld, omdat het hier om meetbare effecten gaat: – Stand der beschermde soorten- Stand der beschermde houopstand- Stand der weidevogels. Tevens dienen eerder uitgevoerde onafhankelijke onderzoeken die zijn uitgevoerd nadat bijvoorbeeld windmolens zijn geïnstalleerd, tezamen met bovenstaande metingen, tot een impactanalyse te leiden. Hier kan niet vroeg genoeg mee begonnen worden. In het volgende stadium is het reeds te laat en is er geen weg meer terug.
Reactie:
Het PlanMER voor de Herijking RES 2.0 W-O wordt op het abstractieniveau van de RES en op het schaalniveau van de regio West-Overijssel uitgevoerd. Dat betekent dat de effectbeoordeling globaal van karakter zal zijn, en vooral inzicht biedt in de milieueffecten op regionale schaal. Aansluitend bij het abstractieniveau en detailniveau van het PlanMER wordt voornamelijk kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Er worden daarom geen veldonderzoeken en onderzoeken naar chemische stoffen uitgevoerd. Deze onderzoeken kunnen waar nodig op een later moment en op een kleiner schaalniveau, worden uitgevoerd voor bijvoorbeeld een projectMER of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsplan(wijziging) of omgevingsvergunning.
Begrijpt u het nog?
Wat ik uit de volledige reactienota kan concluderen is dat de verantwoordelijkheid voor de gezondheids- en milieuaspecten met betrekking tot de bouw en exploitatie van windturbines vooruit wordt geschoven omwille van het realiseren van de doelstellingen.
Ik ga in een toekomstige artikel verder in op de RES en de milieueffectrapportage….
Bent u geïnteresseerd in mijn zienswijze en de volledige reactienota van de RES, neem dan contact met mij op.
Bert