
Corrosiebescherming van funderingen bij windturbines op zee vormt een bedreiging voor de volksgezondheid.
Door de toepassing van de relatief goedkope methode van galvanische corrosiebescherming bij windtrubinefunderingen komt er op dit moment jaarlijks al 3219 ton aluminium, 1148 ton zink en 1,9 ton indium in de Europese wateren , zoals op 19 januari jl. gepubliceerd in dit artikel in Nature: https://www.nature.com/articles/s44183-024-00101-6
Deze hoeveelheden zullen alarmerend toenemen met de toenemende aantallen windturbines op zee.
De methode houdt in dat opofferingsmateriaal aan de fundering van de windturbine wordt bevestigd om corrosie van de windturbinefundering tegen te gaan. Het opofferingsmateriaal bestaat uit o.a. aluminium, zink en indium.
Het gevaar voor de volksgezondheid zit hem in de verregaande plannen voor de kweek van oesters en zeewier voor o.a. menselijke consumptie. Omdat er niet meer gevist mag worden in de windparken op zee, wordt dit ‘groene’ alternatief gestimuleerd. Oesters en zeewier zullen de zware metalen opnemen en de hoeveelheden zullen de toegestane normen voor consumptie overschrijden, zoals uit het artikel duidelijk wordt.
Toch maken overheden en de windindustrie hier volop reclame mee om wind op zee als zijnde ‘groen’ te bestempelen, zie https://www.noordzee.nl/oesters-uitgezet-op-de-voet-van-windturbines/ en https://windenergie-nieuws.nl/22/hollandse-kust-zuid-krijgt-dit-najaar-als-eerste-windpark-op-zee-een-commerciele-zeewierboerderij/
Windpark Hollandse Kust-Zuid is dan wel uitgerust met een nieuwe vorm van corrosiebescherming die minder vervuilend is, feit blijft wel dat exploitanten van windparken doorgaans kiezen voor rendement, en dus de goedkoopste alternatieven omarmen zolang daar geen wetgeving voor is.